Jeugdbegeldeiding bij atletiekclub VITA

Reeds een aantal jaar wordt bij atletiekclub VITA grote aandacht besteed aan de begeleiding van de jeugd. VITA beschikt hiervoor over drie gediplomeerde jeugdtrainers ( Ninove ). Dit beleid steunt op een aantal belangrijke krachtlijnen:

  • Algemene lenigheid, behendigheid, coördinatie en conditie
  • Kennis van de basistechnieken van de atletieksport
  • Vriendschap en respect

Het jeugdbeleid is de basis van de lange termijn werking binnen het clubbestuur en de clubtrainers. Hiervoor is een progressief beleid belangrijk. Het is op de eerste plaats nodig dat de jongere atleten graag aan atletiek doen, zodat een mogelijke drop out op latere leeftijd beter kan vermeden worden. Bij de jeugd wordt vooral op een speelse manier de basis gelegd van snelheid, techniek, conditie, … .
Mooie resultaten tijdens wedstrijden zijn van ondergeschikt belang, doch zijn graag meegenomen als uitstraling van het jeugdbeleid. Ook wordt veel aandacht besteed aan een vriendschappelijke sfeer binnen de club, van jong tot oud, met respect voor ieders mogelijkheden en beperkingen. Hierbij is een goed contact tussen ouders en trainers van zeer groot belang, zodat ook de ouders op de hoogte zijn van de lange termijn visie van de trainers en het bestuur.

Tijdens de winter worden de trainingen en wedstrijden hoofdzakelijk afgestemd op het crossseizoen. Hiervoor wordt tijdens twee trainingen de algemene basisuithouding ontwikkeld. Ook wordt bijkomend aandacht besteed aan het aanleren van lenigheidoefeningen en het bevorderen van behendigheid en coördinatie door midden van diverse oefeningen. Indien er tijdens het weekend geen wedstrijd voorzien is, wordt er voor de oudere jeugdatleten eventueel een bijkomende rustige duurtraining ingelast.
In de trainingsprogramma’s wordt geen aandacht besteed aan belastende trainingsarbeid, daar dit op deze leeftijd onverantwoord is op medisch en psychologisch vlak voor de ontwikkeling van de jeugdige atleten.

Bij de zomertrainingen worden de verworven eigenschappen van de winter verder aangevuld met het aanleren van de andere atletiekdisciplines. Dit omvat naast lopen (spurt, horden, uithouding, aflossingen) ook werpen (kogel, hockey, speer, discus) en springen (hoog, ver, hinkstap, polsstokspringen).
Hierbij primeert het goed uitvoeren van de techniek en het verwerven van de eventueel hieraan verbonden coördinatie. De bereikte prestatie is van ondergeschikt belang. Enkele voorbeelden van belangrijke basiseigenschappen zijn kogel’stoten’ en niet kogel’werpen’, afstoten met 1 been tijdens hoogspringen.
Ook wordt er aandacht besteed aan het aanleren van de basisreglementen van de atletiek, zoals het achteraan verlaten van de ring tijdens het kogelstoten.

Door het volgen van deze clubvisie is het ook mogelijk een goed beleid uit te werken op het vlak van de begeleiding van de atleten vanaf kadet, zodat de specialisatietrainers niet vanaf nul hoeven te beginnen, maar dat de atleten reeds een degelijke basiskennis verworven hebben.
Zij zorgen er voor dat iedereen kan doorgroeien naar een goed presterend atleet in die discipline welke hem of haar het beste ligt.